Aan geïnteresseerde Raden van Kerken en
kerkelijke gemeenten en parochies
inzake de inhumane vluchtelingenpolitiek
Utrecht, juni 2004
Beste mensen,
Van verschillende kanten bereiken ons vragen over ondersteuning aan degenen die zich verzetten tegen de jongste inhumane vluchtelingenpolitiek. Er is veel onrust ontstaan door het Verdonk-beleid, al is die onrust ons inziens publiekelijk nauwelijks merkbaar. Heel zichtbaar werd de onrust wel even toen drie gemeenten op rij het afwezen om een vluchtelingen opvangcentrum te laten omvormen tot vertrekcentrum.
Er is ook duidelijk behoefte aan kerkelijk spreken in het openbaar dat als aanmoediging wordt ervaren voor hen die moeizaam actief en geweldloos verzet plegen tegen het uitzetbeleid, soms zelfs in de vorm van maandenlang tot jarenlang opvangen van uitgeprocedeerden die op basis van hun geweten niet naar hun land terugkunnen. Voor veel van deze mensen is het plegen van verzet een moeilijke gewetenskwestie, waarbij zij ondersteuning hard kunnen gebruiken.
Deels blijft de onrust buiten de publieke sector omdat media doorgaans menen dat ze niet doorlopend over hetzelfde thema kunnen informeren tenzij dat een hype is. Soms vergeten diezelfde media daarbij dat zijzelf in hoge mate mede bepalen of iets een hype wordt.
Maar de onrust blijft ook veelal buiten de publieke sector doordat er een groot gevoel van onmacht heerst. Die wordt veroorzaakt door een kabinetsbeleid dat “doortastend wil zijn” en in die “doortastendheid” probeert uit te seinen dat de ministers pal staan voor hun beleid en zich door niets of niemand ervan laten afbrengen. Het democratisch gehalte van onze samenleving lijdt daar ernstig onder.
Het gevoel van onmacht wordt ook aangewakkerd door de suggesties als zou het om een te complexe zaak gaan, waar “gewone burgers” zich geen goed beeld van kunnen vormen.
En tenslotte wordt het gevoel van die onmacht nog versterkt doordat ook de pers het nauwelijks klaarspeelt helder te maken wat er nu precies gaande is in dit jongste “vluchtelingenbeleid”. Dat verdient die naam niet meer en kan beter gewoon uitzetbeleid genoemd worden.
De Werkgroep Vluchtelingen van de Raad van Kerken heeft zich verschillende malen tegen het huidige beleid uitgesproken. Kerken blijken echter ook soms terughoudend in hun openbare spreken in deze, omdat de democratie heeft gesproken en die moet je respecteren, en omdat kerken niet op de stoel van politici willen gaan zitten. In zoverre het uitzetbeleid een aanslag is op het democratisch gehalte van onze samenleving, zouden de kerken echter juist het recht zo niet de plicht hebben tot spreken.
En het gaat om een ethisch-pastorale kwestie, een bij uitstek kerkelijk terrein. We weten van veel vluchtelingen die wel werden toegelaten, dat zij een levenslang trauma meedragen en ondanks de rust van de verblijfsvergunning suicidaal zijn. Hoeveel te meer zullen vluchtelingen die na jaren spanning nu met uitzetten bedreigd worden, in psychische problemen geraken. Vanwege deze pastorale zorg mag geen enkele politicus het kerkelijke spreken in de openbaarheid beletten met beroep op de eigen politieke verantwoordelijkheid. Politici die duidelijk inhumaan beleid maken handelen onverantwoordelijk, en als kerken betekenis willen hebben in onze samenleving dan dienen ze stem te geven aan de verontwaardiging van zo vele kerkleden over het inhumane en ondemocratische karakter dat onze samenleving toenemend krijgt door de gevoerde politiek.
Zelfs als minister van Justitie stelde Van Agt indertijd, dat “absolute gehoorzaamheid niet gevraagd kan worden van de burger; deze moet naar eigen geweten handelen… Gehoorzaamheid kan alleen maar worden bevorderd door het maken van rechtvaardige wetten.”
Deze brief is tegelijk een oproep en een ondersteuning.
Een oproep aan kerkelijke organen die schromen om zich openlijk te uiten inzake het uitzetbeleid om die schroom te overwinnen en stem te geven aan wat veel kerkleden onrustig maakt.
Een ondersteuning aan kerkelijke organen die zich openlijk zouden willen uitspreken maar niet de kans zien zelf een aantal zaken helder op een rij te hebben. Daartoe bevat de brief enkele bijlagen met uitgewerkte gegevens.
Tenslotte zouden we willen verwijzen naar de brochure die de Raad van Kerken ten behoeve van haar lidkerken in 1986 publiceerde over Burgerlijke Ongehoorzaamheid. In die brochure zijn een aantal argumenten waarom burgerlijke ongehoorzaamheid plicht kan zijn helder verwoord juist ten behoeve van kerken en kerkleden. De Brochure lijkt ons weer hoogst actueel.
De Raad van Kerken in Amersfoort beschikt nog over de tekst.
Hieronder stippen wij enige concrete mogelijkheden aan om met deze problematiek bezig te gaan en ondersteuning te bieden. We verwijzen hierbij door naar organisaties die hierover meer informatie kunnen verstrekken. Het verdient zeker bij zaken als opvang sterke aanbeveling goed geïnformeerd te zijn.
We hopen met deze brief tegemoet te komen aan de vraag die ons langs diverse kanten bereikte.
Moed en volharding gewenst in de strijd en de wijsheid van de Geest.
Een Vredesgroet,
Bestuur Kerk en Vrede
Bijlagen: