Propaganda als taal die verwoesting zaait
inleiding voor de besturendag van het WRGV
"Het eerste slachtoffer als de oorlog aanbreekt, is de waarheid"
(senator Hiram Johnson in de VS in 1917)
Vanmorgen wil ik u meenemen langs de geschiedenis van een woord. Het woord propaganda.
Er zijn een aantal definities van het woord propaganda. Ik geef een hele neutrale:
Propaganda is het beïnvloeden van de publieke opinie om aanhangers te winnen voor bepaalde principes. Het omvat alle activiteiten waarmee mensen proberen anderen over te halen om hen te steunen.
Het woord propaganda vindt zijn oorsprong in het Latijnse woord propagare wat uitbreiden of voortplanten betekent. Oorspronkelijk betekende propaganda dan ook het verbreiden van een boodschap. Het eerste gebruik van het woord is waarschijnlijk geweest in de naam van de Congregatio de propaganda fide (congregatie ter verbreiding van het geloof) door paus Gregorius XV. Lange tijd werd het woord slechts in godsdienstige zin gebruikt, pas in de laatste 200 jaar ook daarbuiten.
Paus Gregorius XIII (1572-1585) zag hoe het Protestantisme groeide, hoe de reformatie aan invloed won. Dat vroeg om een tegenbeweging, een Contrareformatie. Die contrareformatie moest strak geleid worden. Zo werd er een Kardinaal Prefect van Propaganda benoemd, de zgn. rode paus. Het rood van de kardinaal, maar ook de benaming paus, omdat deze kardinaal een enorme macht had. Later ging het de congregatie van de geloofleer heten.
In het spreken over propaganda gaat het zowel over het streven om voor bepaalde opvattingen aanhangers te winnen als over het middel dat hiertoe gebruikt wordt.
Waar als het om wasmiddelen gaat, gesproken wordt over reclame, heet het als het om politieke doelen gaat propaganda. Hoe kan een regering haar bevolking voor haar politieke doelen winnen? Hoe weet de oppositie de bevolking voor haar doelen te winnen?
Hoe kan een nieuwe beweging, zoals bijv. de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders mensen winnen voor haar beweging ?
Ik geef een voorbeeld. Over propaganda gesproken:
Wilders wil 'tsunami van islamisering' stoppen (Volkskrant vrijdag 6 oktober 2006)
Geert Wilders noemt de islamisering van Nederland door het toenemend aantal moslims het grootste probleem van ons land. De lijsttrekker van de Partij voor de Vrijheid wil deze 'tsunami' stoppen. Die term tsunami roept al heel ewat op. Het suggereert een vloedgolf.
"Multiculturele staatspropaganda bij de publieke omroep"
De publieke omroep heeft weer wat nieuws verzonnen.TV-programma's moeten quota's aan allochtonen laten zien. Dus een bepaald percentage Turken bij Lingo en een minumumaantal allochtonen bij Pauw en Witteman. De Partij voor de Vrijheid stelt kamervragen over dit politiek-correcte knutselwerk:
"Vragen van lid Bosma (Partij voor de Vrijheid) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen inzake de allochtonenquota's bij de publieke omroep.
1.) Heeft u kennisgenomen van het bericht "Televisie moet multicultureler"? (Trouw, donderdag 21 december 2006)
2.) Bent u het met mij eens dat er hier sprake is van staatspropaganda waarbij het Nederlandse volk moet worden opgevoed in multiculturele zin, terwijl Nederland nooit heeft gevraagd om het multiculturele experiment?
3.) Kunt u garanties geven dat als er op grote schaal islamieten op de publieke omroep getoond moeten gaan worden dat niet ook de normen en waarden van de islam de huiskamer binnen komen en dat op deze manier de islam wordt gepropageerd via de publieke omroep?
4.) Wilt u een regeling treffen voor Nederlanders die niet willen meebetalen aan de publieke omroep, zeker nu door deze maatregel opnieuw nieuwe groepen mensen zich zullen afkeren van de publieke omroep maar wel gedwongen zijn hier aan mee te betalen?
5.) Acht u het een goede idee de financiering van de publieke omroep tot een minimum terug te brengen nu duidelijk is dat deze publieke omroep er vooral is om de ideeën van de politiek-correcte elite te propageren en niet om het Nederlandse volk te informeren en te amuseren?"
U ziet dat in deze kamervragen het voortdurend om het woord propaganda gaat. Door zo te spreken zet je de ander direct neer, in dit geval de publieke omroep als een orgaan van staats-propaganda. Het loont de moeite om deze vragen met elkaar in een groepje eens nauwkeurig te analyseren.
Propaganda en oorlog
Propaganda speelt een grote rol als het gaat om de bevolking te winnen voor een aanvalsoorlog. In de voorbereidingsfase van een oorlog zijn alle middelen geheiligd, ook al delft de waarheid het onderspit. De laatste jaren zien we propaganda aangeduid met een andere positieve term als "winning hearts and minds". De harten en de geesten van een bevolking moeten gewonnen worden. Kijk naar Irak, kijk naar Afghanistan. Ik Zal u enkele voorbeelden noemen. Ik citeer uit het slot van het boek van Joris Luyendijk:
"Amerikaanse soldaten in Irak werden niet verwelkomd met rijst en bloemen, maar met bommen en granaten. Hoewel er nooit bewijzen van Irakese samenwerking met Al-Qaida zijn gevonden, geloofde een kleine vijf jaar na 11 september nog steeds bijna de helft van het Amerikaanse publiek dat Saddam Hussein achter de aanslagen zat en dat de meeste kapers Irakezen waren. Het verhaal dat Saddam massavernietigingswapens zou verbergen, bleek te zijn ingestoken door de buitenlandse Irakese oppositie, die daarvoor het communicatie- adviesbureau "The Rendon Group" had ingehuurd- dezelfde jongens die bij de Amerikaans bevrijding van Koeweit de Amerikaanse vlaggetjes hadden geleverd. En het kolossale beeld van Saddam Hussein dat op het Fardoes-plein omver werd getrokken ? dat tafereel leek niet toevallig zo op een omwenteling in Oost-Europa. Het bleek van A tot Z te zijn bedacht en in scène gezet door een Amerikaanse officier van de afdeling psychologische oorlogsvoering. Back to you , Jim."
(Joris Luyendijk, Het zijn net mensen, Beelden uit het Midden-Oosten,Amsterdam 2006 (6), pag. 214,215.)
De twintigste eeuw als eeuw van propaganda
De twintigste eeuw geeft een schat aan informatie als het om propaganda gaat. De stelling van mijn verhaal vanmorgen is dat er voor het winnen van een oorlog of voor het legitimeren van een interventie naast een oorlogsindustrie ook een propaganda-industrie nodig is. Dus het "winnen van de harten en de geesten "is een essentieel onderdeel van een modern ministerie van defensie. Aan het voeren van een oorlog gaat een psychologische oorlogsvoering vooraf, een psychologische oorlogsvoering die doorgaat op het moment dat de oorlog is uitgebroken. De media vervullen in deze psychologische oorlogsvoering een sleutelfunctie. Willen de kerken een bijdrage leveren aan het voorkomen van een oorlog dan zullen zij zich niet alleen -en wellicht zelfs niet in de eerste plaats- moeten richten tegen de bewapeningsindustrie maar zich moeten richten tegen de psychologische oorlogsvoering die aan de oorlog vooraf gaat. Hier is weer plaats voor- en dringend behoefte aan een van de charisma's in de christelijke gemeente: het onderscheiden van de geesten.
De "Endlösung" is zorgvuldig voorbereid door een langdurige psychologische oorlogsvoering.
Voordat Adolf Hitler in staat was om een begin te maken met de "Endlösung" van het joodse volk, had hij via een totale psychologische oorlogsvoering de geesten en de harten van een groot deel van het Duitse volk vergiftigd. In de kinderboeken en in de schoolboeken werden joden gedemoniseerd en werd het vernietigen van dit 'maatschappelijk gif' als een noodzaak en als een goede daad onderwezen. Ik heb een voorbeeld van zo'n boek bij me (Der Giftpilz, u kunt tekst en plaatjes op internet vinden (http://www.calvin.edu/academic/cas/gpa/thumb.htm) . Ik vroeg me namelijk af hoe die hersenspoeling in zijn werk ging. Het schoolboek "der Giftpilz" geeft een goed inzicht.
In films als "Der Ewige Jude" en "Jud Süss" werd de Duitse bevolking getoond om wat voor verderfelijk mensensoort het ging. Erger nog, joden worden ontmenselijkt en als ratten voorgesteld, als schadelijk dieren of insecten. De weg van deze ontmenselijking naar het vergassen met het insecticide Zyklon B is een logische weg. De namen van Goebbels en Streicher als propagandisten van deze haatcampagne moeten hier genoemd worden. Het loont de moeite om via internet hun teksten te lezen (een zeer informatieve website is in dit verband de site "German Propaganda Archive" van Calvin College, www.calvin.edu/academic/cas/gpa/. Op deze site is een schat aan informatie over propaganda te vinden, ook uit de voormalige DDR en uit de VS)
Ontmenselijking / demonisering als voorwaarde om tot effectieve vernietiging te komen.
In de tijd van de Vietnamoorlog werden de communisten voorgesteld als 'onmensen', insecten die je met alle middelen te lijf mocht gaan. Zo is er ook een logische weg van deze georganiseerde beeldvorming naar het bestrijden van Vietcongsoldaten door middel van napalm. Ontbladering van de natuur en vernietigen van mensen hangt hier samen. De mensen behoren immers tot de vijandige werkelijkheid die vernietigd mag worden. 'Ontmenselijking van de tegenstander' is een onderdeel van een propagandacampagne. Het is een van de middelen die in de psychologische oorlogsvoering gebruikt worden. Langzamerhand is psychologische oorlogsvoering uitgegroeid tot een tak van wetenschap, waarin de resultaten van reclamepsychologie, sociale psychologie en sociologie- en psychologie van de massamedia voor het vereiste doel worden ingezet. Wie weet hoe vooroordelen ontstaan en hoe ze werken, kan die wetenschap gebruiken om nieuwe vooroordelen in het leven te roepen of bestaande vooroordelen te versterken. Ook hier gaan reclametechnieken en propaganda- technieken hand in hand. Wetenschap wordt in dienst gesteld van propaganda, wetenschappers worden gekocht om de bevolking te sturen naar het gewenste doel. Dat kopen kan zowel door regeringen, veiligheidsdiensten als door PR-bureaus gebeuren.
Elementaire principes van oorlogspropaganda
Dat is de titel van een prachtig boekje van professor Anne Morelli. Professor Morelli baseert zich o.a. op het boek van Arthur Ponsonby, Falsehood in wartime.
Principe 1 : "Wij willen de oorlog niet"
De ander is per definitie de agressor. Vandaar geen ministerie van oorloog, maar een Ministerie van defensie. De nadruk leggen op het onvermijdelijke van een oorlog. Regeringswoordvoerders vertellen voortdurend dat onderhandelingen op niets uitlopen, zodat een oorlog onvermijdelijk is. Gaandeweg groeit de bevolking mee in de richting van de zgn. onvermijdelijke oorlog. Hier geldt het principe van de herhaling.
Principe 2 : "Alleen de vijand is verantwoordelijk voor deze oorlog"
De ander dwingt ons om de oorlog in te gaan. De ander is de agressor. De andere bereidt al lang en in het geheim een aanval voor. De ander beschikt over masavernietigingswapens en staat op het punt ze te gebruiken. Als wij nu niet toeslaan, is de situiatie hopeloos.
Principe 3 : "De leider van de vijand is duivel in persoon"
De leider van het land van de vijand moet als een baarlijke duivel worden voorgesteld.
Saddam is een goed voorbeeld. In de tijd van de oorlog tussen Iran en Irak steunden de VS Irak en staat de voormalige minister Rumsfeld handenschuddend met Saddam op een foto. Het gebruik van gifgas was bekend, maar dat veranderde niets aan de houding van de bondgenoot VS. Dat verandert na de inval van Saddam in Koeweit. Dan moet Saddam Hitlertrekken krijgen. Hoe werkt dat in de media? Ik citteer de mediapsycholoog Jaap van Ginneken : "Later werden ook andere zaken van psychologische oorlogvoering en mediamanipulatie bekend. Een zo'n zaak was die van een man die op het beslissende moment in Parijs opdook, beweerde een lijfwacht van Saddam Hoessein te zijn geweest en ooggetuige bij gruwelijke martelingen door Hoessein persoonlijk. Hij zei dat hij als lijfwacht de toppresentator van het avondnieuws op het eerste Franse tv-net, Patrick Poivre d'Arvor, in Bagdad had ontmoet toen die een interview met Hoessein maakte. Poivre d'Arvor bevestigde dat hij hem herkende aan zijn snor. De interviews gingen ook naar andere grote omroepen, van de rai in Italië tot cbs in de VS. Het Franse tv-net bleek echter bij de neus genomen: de man bleek een Saoedische agent die al jaren bij de Alliance Française in Parijs stond ingeschreven… voor Franse les.
Dat zoiets later uitkomt, doet er overigens niet veel toe: het heeft dan zijn nut al gehad. Om begrijpelijke redenen besteden de media niet al te veel aandacht aan het gemak waarmee zij bij dergelijke gelegenheden op het verkeerde been worden gezet. Bovendien zijn ze het snel vergeten en trappen ze er een volgende keer weer net zo gemakkelijk in. Verder zijn er steeds nieuwe generaties van gretige reporters die de wijde wereld in trekken om verslag te doen van grote conflicten. Ze onderkennen maar zeer ten dele dat er ook andere spelers meedoen aan het grote informatiespel. Spelers die over veel meer ervaring en raffinement beschikken. "(Jaap van Ginneken, Luchtspiegelingen in de golf, De Groene Amsterdammer, 12 augustus 2000)
Het demoniseren van de leider(s) van de tegenstander(s) is een beproefde methode. De leider van de tegenstander wordt consequent vergeleken bijv. met Adolf Hitler of Pol Pot. Alle beelden die bij Hitler of Pol Pot horen worden dan overgebracht op bijv. Saddam Hussein of Arafat. Zo zit de angst er bij de bevolking goed in. Wie is tegen geweld tegen een nieuwe Adolf Hitler ? Milosevic werd als een nieuwe Hitler neergezet. De term holocaust werd gebruikt als het om de wreedheden van de Serviërs ging. Ook hier is het van belang om te kijken naar de wijze waarop de Amerikaanse bevolking werd voorbereid op de eerste Golfoorlog.
Vanuit het demoniseren van de leider van de tegenstander overgaan tot het demoniseren van de bevolking als geheel.
Dat gebeurde met de bevolking van Noord-Vietnam ten tijde van de oorlog van de VS tegen Noord-Vietnam. Dat gebeurt met de Palestijnen onder Arafat en met de Israëli's onder Sharon. Opvallend is ook dat soms voor de oorlog vooral de leider van het volk , bijv. Saddam wordt gedemoniseerd, terwijl na de oorlog het volk medeverantwoordelijk wordt gesteld voor de daden van de leider.
Principe 4 : "Wij verdedigen een nobele zaak"
Ook al gaat de oorlog om geopolitieke en strategische zaken, bijvoorbeeld om grondstoffen of een bruggenhoofd in het Midden Oosten, het is van het grootste belang om dat niet te noemen als motief voor de oorlog. Als motief worden bijv. de verededigingvan mensenrechten of democratie genoemd. Door dat te doen neemt de regering de oppositie, zelfs de vredes- beweging de wind uit de zeilen. Immers wie is tegen het verspreiden van democatie en gerechtigheid?
Principe 5 :"De vijand begaat bewust wreedheden, wij niet. Als wij miskleunen begaan is dat onvrijwillig."
Verontwaardiging bij de eigen bevolking wordt opgeroepen die 'als vanzelf' overgaat in een roep om militair ingrijpen.
De couveuseleugen: Een concreet voorbeeld : beelden uit ziekenhuizen van Koeweit.
Tot juli 1990 was Saddam Hussein in de ogen van de Amerikaanse regering een nuttige bondgenoot. Toen Saddam in augustus 1990 Koeweit binnenviel moest de Amerikaanse publieke opinie gewonnen worden voor een oorlog tegen Irak. De oorlog moest letterlijk aan het Amerikaanse volk verkocht worden. Zorgvuldig beschrijft John R. MacArthur dit proces (J.R. Macarthur, Second front. Censorship and Propaganda in the Gulf War. New York 1992) Saddam moest zo slecht mogelijk voorgesteld worden en Koeweit zo fraai mogelijk. Om dat mogelijk te maken huurt een ad hoc organisatie "Citizens for a free Kuwait" (grotendeels gefinancierd door de regering van Koeweit) het grote Amerikaanse PR-bureau "Hill and Knowlton"in . Dit bureau zorgt er voor dat een afgrijselijk verhaal over Irakese soldaten die 312 baby's in het ziekenhuis van Koeweitstad uit de couveuses halen en op de grond van het ziekenhuis leggen om daar te sterven de wereld over gaat. Degene die het zegt, heet Nayirah en zegt ooggetuige te zijn geweest als verpleegster. Dit verhaal doet zijn werk. Artsen uit Koeweit bevestigen vele baby's begraven te hebben. Na afloop blijkt hert verhaal verzonnen en blijkt de verpleegster de dochter van de ambassadeur van Koeweit in e VS. Een goed ingestudeerd rollenspel. Het deed zijn werk.
Het geheim van dit alles
Breng maar een deel van een toedracht naar buiten. Een voorbeeld : Een militaire woordvoerder vertelt wel hoe de tegenstander gruwelijk heeft huis gehouden onder een aantal inwoners van een bepaald dorp, maar vertelt niet dat vanuit dit dorp een aantal militairen op gruwelijke wijze vermoord zijn. Wat niet past in het eigen beeld, wordt niet verteld (Er zijn terecht veel berichten geweest over de door de door de Serviërs begane wreedheden tegenover de moslims, maar er is weinig bericht over de door moslims begane wreedheden ten aanzien van de Serviërs). Breng selectieve verhalen als objectieve verhalen die het geheel betreffen. Door een bepaalde gewelddaad van een aantal militairen van de tegenpartij uit te vergroten is het mogelijk alle tegenstanders als wrede en gewelddadige militairen neer te zetten. In elke oorlog gaat het er om zo snel mogelijk een zo wreed mogelijk verhaal van de tegenstander de wereld in te zenden ( Ph. Knightley noemt in zijn artikel "Propaganda wars" in The Indepedent on Sunday van 27 juni 1999 verschillende voorbeelden van bedachte verhalen. Vrijwel altijd komen er op gruwelijke wijze vermoorde baby's in voor).
Principe 6 : "De vijand gebruikt verboden wapens, wij niet."
Al het slechte handelen, zowel waar het verboden wapens betreft als het toebrengen van milieuschade wordt op conto van de vijand geplaatst. Ook dat vraagt om zorgvuldige enscenering. Opnieuw de mediapsycholoog Jaap van Ginneken : "ondertussen werd de beeldvorming zorgvuldig bijgestuurd. Omdat pacifisten zich vooral onder de "Groenen" van Noord-Amerika en West-Europa bevonden, was het van groot belang om de milieuramp ter plaatse (als gevolg van massale bombardementen over en weer op olie-installaties) toe te schrijven aan welbewust handelen van Saddam Hoessein. Omdat men niet zo snel besmeurde vogels kon vinden om te filmen, werden oude opnamen uit het archief gehaald van de Exxon Valdez-ramp in Alaska en de Amoco Cadiz-ramp in Bretagne. Daarnaast maakten de westerse media gebruik van de "situatieschetsen" waarvan zij met tussenpozen door geallieerde voorlichters werden voorzien. Als men per ongeluk toch burgerdoelen had geraakt, liet men op die manier zien dat er "zeker" militaire schuilkelders onder hadden gezeten. Overigens ging het aan het eind van de grondoorlog nog bijna fout. De geallieerde luchtmacht voerde massale bombardementen uit op een colonne auto's die vanuit Koeweit op de terugtocht was naar Bagdad. Daarbij zaten niet alleen militaire maar ook veel civiele voertuigen. Erger nog: westerse cameramensen maakten voor het eerst opnamen van verkoolde wrakken en honderden gruwelijk verminkte lijken. Men vreesde dat de weekhartige westerse publieke opinie daartegen niet bestand zou zijn en dat oorlogsmoeheid de overhand zou krijgen. Gelukkig wist men het doorgeven van deze beelden "door een technische fout" enkele dagen op te houden. Volgens sommige bronnen speelde dat zelfs een rol bij de beslissing om niet naar Bagdad door te stoten en Saddam alsnog ten val te brengen. In elk geval kwamen de foto's en films pas beschikbaar nadat de vijandelijkheden waren gestaakt." (Jaap van Ginneken, Luchtspiegelingen in de Golf, De Groene Amsterdammer 12 augustus 2000)
Principe 7 : "Wij lijden weinig verliezen, de vijand lijdt enorme verliezen."
Het verlies van eigen mensen en het leed bij de familie moet vooral buiten beeld woreden gehouden. U herinnert zich wellicht de discussie met premier Balkenende over het al of niet tonen van bodybags van gesneuvelde Nederlandse militairen. In de VS rust een taboe op het tonen van bodybags. Hoe laat je dan zien wat er gebeurt ? Ik citeer Joris Luyendijk: "Terwijl Arabische kanalen ieder uur de menselijke gevolgen lieten zien van de (Amerikaanse) bombardementen op Irak), deden de westerse zenders het even anders. Daar toverden de grafische afdelingen iedere avond met kaarten en vliegtuigen en bootjes en tanks en poppetjes en pijlen en gele en rode sterren de regio om tot een soort Risk-bord. In de terugkerende filmpjes of leaders van CNN zag je straaljagers op vliegdekmoederschepen landen, de piloot met de duim omhoog: die bommen zijn we kwijt, hoor. Computeranimaties toonden hoe de Stealthbomenwerper de radar kon ontduiken. Kijk eens hoe knap wij zijn, zeiden die filmpjes. We kunnen nu een raket maken die na 600 km vliegen het toiletraampje vindt, linksaf de trap op en dan boem. Maar wat er na die boem gebeurt, daarover werden geen computeranimaties gemaakt. Hoe een clusterbom in 140 mijnen uiteenwaaiert, elk zwaar genoeg om een tank te vernietigen. Een aantal gaat niet af en zo blijven overal onontplofte mijnen achter in gebieden waar kinderen spelen. Of laat de computer eens visualiseren wat er met een mensenlichaam gebeurt als een 'nieuwstegeneratiebom' de omgeving vacuum zuigt." (J. Luyendijk, a.w. pag. 210)
Bij die berichtgeving over de enorme verliezen van de vijand hoort het buiten beeld houden van de slachtoffers. Opnieuw Luyendijk : .."Op CNN leek de berichtgeving vaak meer op een reclamefilmpje waarmee legers soldaten werven: de marine vergroot je wereld, een teama een taak : de luchtmacht. Arabische zenders brachten wel uur in uur uit niet voor te stellen zo afgrijselijk beelden van radeloze oma's en half uiteengereten kinderhoofdjes. Een ander beeld dat ik niet uit mijn geheugen gewist krijg : doodgeschoten Iraakse soldaten in een schuttersputje, de witte vlag in hun armen geklemd.(a.w. pag.213)"
"Inmiddels waren de geallieerde bombardementen op Bagdad begonnen. De New York Times interviewde later een Iraakse arts die vertelde dat veertig vroeggeborenen in de bombardementen waren omgekomen omdat ze inderhaast uit hun couveuses moesten worden gehaald. Volgens sommige experts hadden de gebruikte bommen gezamenlijk een grotere explosieve kracht dan alle luchtoffensieven uit de Tweede Wereldoorlog bij elkaar. Maar de geallieerde voorlichters hielden vol dat het om precisiebombardementen ging die nauwelijks nevenschade veroorzaakten. Westerse omroepen lieten trouwhartig steeds opnieuw die ene geslaagde video zien waarop men een cruiseraket recht de luchtkoker van een Iraakse bunker in zag gaan. Pas veel later werd bekend dat 93 procent van de bommen geen precisiewapen was geweest, dat driekwart zijn doel had gemist en dat er dus wel degelijk veel nevenschade was geweest. Slachtoffers werden evenwel de eerste weken door de westerse media spontaan buiten beeld gehouden. Ramsey Clark was Amerikaans minister van Justitie ten tijde van de Vietnamoorlog. Later kreeg hij spijt en werd pacifist. Hij kreeg toestemming om met een televisieploeg Irak binnen te reizen, de gewonden en de schade te filmen. Zijn opnamen werden door alle omroepen geweigerd, in de Verenigde Staten, in Nederland, in de hele westerse wereld. Inmiddels hadden bijna alle westerse journalisten Bagdad verlaten. Niet gedwongen, zoals werd gezegd, maar omdat hun veiligheid niet kon worden gegarandeerd.
Een van de twee overblijvers was oorlogsverslaggever Peter Arnett van CNN, die zich eerder in Vietnam kritisch had betoond. De beelden vanuit zijn comfortabele hotelkamer van het afsteken van "een nachtelijk vuurwerk" boven Bagdad worden nog steeds herinnerd als een live-reportage over de oorlog. Maar toen hij later Iraakse slachtoffers begon te tonen, werd hij beschuldigd van heulen met de vijand. Ook aan de andere kant, op de geallieerde thuisbases in Saoedi-Arabië, stond CNN vooraan, maar de omroep deed daar verder niet zo veel mee. Met goede reden: pas veel later werd bekend dat er gedurende de hele oorlog voor de zekerheid een censor van het Pentagon op de redactie was geweest. Baudrillard meldde een hilarisch moment toen CNN om meer te weten te komen overschakelde naar een groep verslaggevers in de woestijn, die bekenden dat ze naar CNN zaten te kijken om meer te weten te komen. Over de media-arrangementen ter plaatse is veel geschreven. Hoewel de Golf nu opeens van "vitaal strategisch belang" werd verklaard, was er voor de oorlog vrijwel geen enkele westerse correspondent gestationeerd geweest; "bevriende" landen in de regio als Saoedi-Arabië lieten zelfs principieel nooit westerse journalisten toe (en waren ook in ander opzicht geenszins de democratische rechtsstaten waartoe ze opeens werden gerekend). Nu werden plots honderden verslaggevers met mobiele apparatuur en satellietschotels ingevlogen. Zij deden elke avond in kaki uniform trouw hun stand up in de woestijn en vertelden dan wat de opperbevelhebber of zijn woordvoerders eerder op persconferenties hadden gemeld. Ze kregen gelegenheid om plaatjes met een praatje te schieten van vertrekkende en terugkerende vliegtuigen en piloten die speciaal voor de gelegenheid van leuke slogans en petjes waren voorzien. Zij hadden zich contractueel moeten verplichten om geen anonieme soldaten aan het woord te laten (die kritiek zouden kunnen uiten) en geen gewonden te laten zien (wat het moreel kon ondermijnen). Aan het front werden ze trouwens sowieso niet toegelaten. Af en toe werd er voor een pool verslaggevers een schoolreisje in die richting georganiseerd en dat was dan dat." (uit Jaap van Ginneken, "Luchtspiegelingen in de Golf' Groene Amsterdammer,12 augustus 2000.)
Principe 8 :"Intellectuelen en artiesten staan achter onze zaak."
Het is van het grootste belang om wetenschappers, kunstenaars, musici en anderen achter de doelstelling van de oorlog te krijgen. Het moet gaan om de verdediging van de humaniteit. Dat moeten deze mensen uitstralen.
Principe 9 :"Onze zaak is heilig. God is met ons."
De strijd tussen de kinderen van het licht en de kinderen van de duisternis
Naast de strijd op het oorlogsveld is er dus de strijd die geleverd wordt in de geesten van mensen. Het gaat er in deze strijd om dat er eenvoudige helderheid wordt geschapen, dat de gecompliceerde werkelijkheid wordt teruggebracht tot een strijd tussen licht en duisternis, waarin mensen zijn onderverdeeld 'goeden' en slechten', in 'kinderen van het licht' en kinderen van de duisternis'. Wanneer de gecompliceerde werkelijkheid teruggebracht wordt tot een eenvoudig zwart-wit schema is de vijand al snel te definiëren als degene die anders denkt, anders handelt en andere keuzes maakt. Wanneer de eigen zaak als de goede wordt gedefinieerd is het mogelijk om te zeggen dat wie niet voor jou is, of wie het niet voor jouw zaak opneemt, tegen je is een en dus een potentiële tegenstander is. Het mooiste is wanneer de goede zaak geïdentificeerd wordt met Gods zaak. Als dat lukt, is ieder die het tegen de goede zaak opneemt een tegenstander van God. God zelf zal het samen met de verdediger van het goede (de eigen groep, de eigen leider, de eigen partij) opnemen tegen die duivelse tegenstander. Naast het tot slechte mensen maken van de tegenstander is het mogelijk om die tegenstanders te demoniseren (verduivelen).
Principe 10 :"Zij die onze zaak in twijfel trekken zijn verraders."
Wie kritisch is ten aanzien van de oorlog tegen Irak, is een verrader, een pacifist, een hielenlikker van Saddam enz. Iedere nuancering in dit conflict is uit de boze. Ook hier geldt : Wie niet voor ons (VS) is, is tegen ons.
De 10 principes komen uit het boek van Anne Morelli, "Principes élémentaires de propaganda de guerre. Utilisables en cas de guerre froide, chaude ou tiède", uitgeverij Labor, Brussel, 2001. Dit boekje verscheen in een Nederlandse vertaling bij uitgeverij EPO, Antwerpen: "Elementaire principes van de oorlogspropaganda, bruikbaar bij warme, koude en lauwe oorlogen". (Zie www.epo.be)
Propagandastrategieën en tactieken op het spoor komen
Het is van groot belang om dit soort tactieken, dit soort identificaties in de verschillende kampen op het spoor te komen. God en Allah worden als krijgsgoden in de strijd geworpen. Immers wie God of Allah aan zijn zijde heeft, is onkwetsbaar. Zowel door Bush als door Saddam, zowel in de Westerse wereld als in de Arabische wereld wordt dankbaar gebruik gemaakt van propagandastrategieën en tactieken. Het voert te ver om een uitgewerkt overzicht van de leer van de propaganda te geven. Het gaat om Filters, vervormingen en manipulaties bij beeldvorming. Wat ik tot nu toe heb verteld, kunt u ook op een preachtige wijze verwoord vinden in het boek van Joris Luyendijk, Het zijn net mensen, beelden uit het Midden-Oosten- Amsterdam 2006 (6). Hij schrijft over 'filters, vervormingen en manipulaties bij beeldvorming'. Luyendijk beschrijft dat het niet gaat om incidenten, maar om patronen.
De afnemers van het nieuws als belanbgrijhk criterium voor wat als nieuws gebracht wordt:
Aan het einde van zijn boek noemt Luyendijk een heel essentieel filter : de afnemers.
Opnieuw een citaat : "Als de westerse massamedia tijdens de oorlog hun werk hadden gedaan, zouden ook hun kijkers kotsend en huilend voor hun schermen hebben gelegen. Gebeurde dit niet omdat op redacties zelden mensen werken met oorlogservaring ? Kwam het doordat sommige redacteuren dat militaire speelgoed met stoere namen als Apache, Tomahawk en Daisy Cutter wel spannend vonden ? Dat valt volgens mij allemaal erg mee. Het was vrees ik veel erger. Nog tijdens de oorlog onthulde de International Herald Tribune welke adviezen de grote Amerikaanse stations hadden gekregen van hun communicatieconsultants. Deze marketingexperts helpen de stations achterhalen wat hun publiek het liefst ziet. Amerikaanse kanalen zijn immers commercieel. De adviezen waren eenduidig : hoe nationalistischer de berichtgeving, des te hoger de kijkcijfers. Geen anti-oorlogsdemonstraties, geen zielige verhalen over slachtoffers en veel volkslied, vaderland en wapperende stars and stripes. In de studio, in het logo,in de tussenfilmpjes… een consultant vatte het in zes woorden samen : "There is money in the flag."(de vlag levert geld op) Veertig van de vijftig best bekeken programma's in Amerika tijdens de oorlog kwamen van Fox News, dat Saddam omschreef als "the big bad boy from Baghdad", dat onverkort de terminologie , invalshoeken en onderwerpen van Centcom (centraal Commando van het leger van de VS) in Qatar overnam, en de dat de protesten in Europa tegen de oorlog beschreef als 'door communisten georganiseerd'(pag. 214,215).
Tot het organiseren van het eigen gelijk hoort ook het volgende :
Versterken van de angstgevoelens onder de eigen bevolking:Een regering versterkt de angstgevoelens onder de eigen burgers om zo de maatregelen die de regering graag wil doorvoeren te kunnen doorvoeren. Dat kan zover gaan dat een geheime dienst zelf bomaanslagen pleegt of aanslagen organiseert om zo de gewenste angst onder de bevolking voor de tegenstanders organiseren of een reden vinden om mensen die de overheid wil arresteren te arresteren. Een voorbeeld is het neerleggen van twee molotovcocktails door de politie tijdens de top van de G8 in Genua in een school waar antiglobalisten sliepen. Bij de bestorming van de school op 22 juli 2001 werd grof geweld gebruikt door de politie. Als reden werd opgegeven het geweld van de antiglobalisten. Als bewijs dienden de gevonden molotovcocktails. Bij nader onderzoek heeft de onderhoofdcommissaris van politie te Rome Pietro Troiani toegegeven dat hij de opdracht heeft gegeven de molotovcocktails in de Diazschool te plaatsen (Bron: Telegraaf 29 juli 2002; BBC news World edition 7 januari 2003). Het vinden van de zelf neergelegde molotovcocktails verschafte de politie een reden om hard op de anti-globalisten in te slaan. Hetzelfde gold voor een aanval met een mes op de politieofficier Massimo Nucera. Deze aanval was in scène gezet om zo de politie een rechtvaardiging te geven voor het gebruik van buitensporig geweld.
· Denk ook aan de moord op de journaliste Politkovskaja schreef onder meer artikelen en reportages over de oorlog in Tsjetsjenië en ze uitte scherpe kritiek op het beleid van president Vladimir Poetin. Politkovskaja betichtte het Russische leger voortdurend van schending van mensenrechten in de strijd tegen de Tsjetsjeense separatisten. Ook schreef ze boeken waaronder het boek Poetins Rusland dat ook in het Nederlands is verschenen.
Toen Politkovskaja in 2004 naar Beslan wilde om verslag te doen van de dramatisch verlopen gijzeling van schoolkinderen door Tsjetsjenen, werd ze aan boord van het vliegtuig vergiftigd. Ze heeft altijd de Russische geheime dienst hiervoor verantwoordelijk gehouden. De moeder van twee kinderen trad in 2002 op als bemiddelaar toen in Moskou een theater was bezet door Tsjetsjeense strijders. Denk ook de beschuldigingen van Litvinenko aan het adres van de Russische geheime dienst over hun rol bij het opblazen van flats in Moskou.
· Een overheid of een aan de overheid gelieerde organisatie kan ervoor zorgen dat 'eigen mensen', eigen deskundigen een vooraanstaande plaats krijgen bij het becommentariëren van het nieuws. (voorbeeld : CIA officieren bij CNN; bron aangeven).
· Een overheid organiseert eigen opiniepeilingen waaruit de door de overheid gewenste resultaten naar voren komen (voorbeeld : denktank die in dienst van de Amerikaanse overheid met hulp van een opiniepeiling de groeiende Europese steun van een overheid moet bewijzen).
· Tot de kern van propaganda behoort het vaststellen van de kaders waarbinnen zich de discussie moet afspelen zonder die kaders als zodanig ter discussie te stellen. Wie de kaders bepaalt, geeft zichzelf voortdurend bij voorbaat gelijk. Een voorbeeld : Door alle verzet tegen Amerika als anti-Amerikanisme neer te zetten of als jaloezie wordt de tegenstander als een " anti-Amerikaan' neergezet. Zo wordt de wereld opgedeeld in twee blokken : de 'vrijen" en de 'terroristen' , de 'goeden en de kwaden" , de "communisten en de anticommunisten", de "pro-Amerikanen' en de "anti-Amerikanen". Juist deze wijze van in kaders zetten, behoort tot de specialismen van totalitaire regimes. De wijze waarop de Sovjet Unie schreef en sprak over haar vijanden lijkt sterk op de wijze waarop zowel in het Reagantijdperk als in het Bushtijdperk over de vijanden gesproken wordt.
Naast een militaire strategie een mediastrategie
Uit bovenstaande komt duidelijk naar voren dat bij de voorbereiding van een oorlog naast een militaire strategie een mediastrategie nodig is om de bevolking te overtuigen van de noodzaak van een oorlog en om de bevolking te overtuigen -in tijden van oorlog- dat de oorlog "zo schoon mogelijk gevoerd wordt. De wijze waarop het Amerikaanse optreden in de Vietnamoorlog in de media is gekomen (denk aan de foto's van mensen die in brand staan als gevolg van het gooien van napalm), heeft er aan bijgedragen dat de steun binnen de Amerikaanse bevolking en bij de bondgenoten voor deze oorlog afnam. De Amerikaanse regering doet er nu alles aan om journalisten weg te houden uit de conflicthaarden. Dit maakt het voor journalisten bijzonder ingewikkeld om een eigen beeld te vormen, om achter 'de waarheid' te komen. Journalisten zijn voor hun informatie voor een belangrijk deel afhankelijk van militaire- en regeringswoordvoerders. Het kost heel veel tijd en energie om aan zelfstandige onderzoekjournalistiek te doen. Die journalisten die dat wel doen worden tegengewerkt of bedreigd ( A. van Amerongen en C. Mus, Schieten op de boodschapper, De Groene Amsterdammer 18-11-2000). In dit artikel beschrijven ze dat het werken voor buitenlandse correspondenten in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever uiterst gevaarlijk is. Zowel het Israëlische leger als de Palestijnse autoriteit als Israëlische kolonisten en Palestijnse Individuen maken het buitenlandse correspondenten en Israëlische en Palestijnse journalisten heel moeilijk).
Wat kan in dit alles de rol van de kerken en van kerkelijke vredesbewegingen zijn ?
We zien vanuit het bovenstaande de volgende taken voor de kerken en kerkelijke vredesbewegingen:
1. Onafhankelijke waarheidsvinding stimuleren. In gemeenschappelijk overleg met organisaties als het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de VN, Amnesty International, het Vatikaan, De Wereldraad van Kerken, de WACC (World Alliance for Christian Communication) en andere organisaties "reclame" maken voor onafhankelijke nieuwszenders en websites waarop meer te lezen staat dan in de meeste kranten.
2. Zorgvuldig luisteren naar de informatie van lokale kerken en werkers in al of niet kerkelijke hulpverleningsprojecten ter plekke in oorlogsgebieden. Zij hebben vaak goede contacten met de plaatselijke bevolking en zijn in staat om vanuit de gecompliceerde werkelijkheid ter plekke barsten aan te brengen in zwart/wit-beelden, in een eenzijdige perceptie van de werkelijkheid.
3. Een theologische kritiek geven op de ideologie en de theologie van de nationale veiligheid, op die regerings- en militaire teksten waarin de politieke zaak vereenzelvigd wordt met Gods zaak en waarin de tegenstander en de zaak van de tegenstander geïdentificeerd wordt met de duivel en demonie. Het gaat hier om een theologische kritiek op de 'nieuwe kruistochtenmentaliteit". Het woord 'kruistocht' (cruisade) of 'heilige oorlog' (Jihad) wordt in de propaganda veelvuldig gebruikt. Een beschrijven van de uitwerking van de middeleeuwse kruistochten kan helpen om sneller een beeld te krijgen van de nieuwe kruistochten.
4. De kerken en de kerkelijk vredesbewegingen kunnen proberen bruggen te slaan door mensen uit de verschillende kampen met elkaar in contact en in gesprek te brengen.
Zo kunnen kerken aan een andere taal werken door die andere taal in beeld te brengen.
5. Kerken kunnen vertegenwoordigers van de verschillende godsdiensten met elkaar in contact brengen om er zo alles aan te doen dat de politiek strijd die gestreden wordt niet gelijkgesteld wordt met een strijd tussen verschillende religies en levensbeschouwingen. De Wereldconferentie van religie en vrede en organisaties als IFOR en Eirene kunnen in dit alles participeren. Dit geldt zowel op internationaal, nationaal als regionaal en lokaal niveau. Het gaat erom te voorkomen dat het beeld versterkt wordt dat het gaat om een strijd tussen het christelijke westen en niet-christelijke of moslimnaties.
6. Kerken zullen er aan werken om het gesprek met journalisten en militaire voorlichters in eigen land te stimuleren.
7. Kerken kunnen 'zwart/witboeken' opstellen, waarin aan de hand van een of meer situaties wordt duidelijk gemaakt hoe informatie en desinformatie hand in hand gaan (Informatief in dit verband is het artikel van prof.dr Cees Hamelink , Regeeert de leugen in de media ? In de Linker Wang, juli 2002 nr.3 pag. 2-6) Hamelink noemt vele voorbeelden van bewuste desinformatie door zowel geheime diensten als journalisten.
8. Kerken kunnen werken aan een eigen vorm van 'debriefing' na afloop van een oorlog. Gemeenteleden die uitgezonden zijn kunnen (anoniem) hun verhalen kwijt over wat ze hebben meegemaakt in oorlogsgebieden. Of dit in de vorm van een landelijk meldpunt of op andere wijze moet, is een zaak van nader onderzoek.
Tot slot : het horen of lezen van zo'n verhaal maakt de luisteraar of de hoorder niet direct hooopvoller. Is het zo erg met het nieuws ? Worden we zo gemanipuleerd? Voor mij zit de hoop in het ontmaskeren van de bovengenoemde mechanismen. Ik vind het boek van joris Luyendijk een hoopvol boek, omdat hij open en eerlijk toont hoe het toe gaat bij de nieuwsgaring. Het heeft iets van "in de waarheid leven". Dat brengt me op deze tekst van Vaclav Havel, waarmee ik wil afsluiten:
Vaclav Havel - Hoop
Diep in onszelf dragen wij de hoop.
Als dat niet het geval is,
is er geen hoop meer.
Hoop is een kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet voorspellen
of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.
Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen
omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme.
Evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
ongeacht de afloop,
het resultaat.
ds. Bram Grandia theologische werkgroep Kerk en Vrede
24-01-2007 |